Pieter De Brabandere (CEO Group De Brabandere): “Ondernemen is je geluk afdwingen”

“Van dorsers en bieten tot wegen en beton” is de titel van het jubileumboek dat de Veurnse Group De Brabandere vorig jaar uitbracht naar aanleiding van hun 110de verjaardag. Een titel die aangeeft dat de De Brabanderes hun ondernemerschap altijd al met een open vizier ingevuld hebben: de vinger aan de pols houden van de markt, nieuwe opportuniteiten zien en durven springen. Als het moet en kan zelfs over de landsgrens, want het is in les Hauts-de-France dat de groep de voorbije jaren een spectaculaire groei noteerde. CEO Pieter De Brabandere – samen met zijn broer Paul de vierde generatie – neemt ons mee in meer dan een eeuw West-Vlaamse veerkracht.
Organisch vervellen
Het was Arthur Costenoble die in 1915 – in volle oorlogstijd dus – besliste zijn slagersatelier te sluiten om zich op de productie van landbouwmachines te werpen. Na verloop van tijd begint Costenoble ook machines in te voeren en breidt hij de diensten uit naar loonwerk. Zijn enige dochter trouwt met Paul De Brabandere en op 1 januari 1953 komt de firma Costenoble na een schenking in handen van de familie De Brabandere. Paul zorgt voor de groei en bloei van het bedrijf door verder te diversifiëren: met de komst van de Veurnse suikerfabriek werd hij een belangrijke schakel in het loonwerktransport en later ook grondwerken, om zo het laagseizoen van de suikerbieten te overbruggen. “Je zou die diversificatie een vorm van organisch vervellen kunnen noemen,” zegt Pieter.
Pauls zonen Jacques en Robert – de vader van de huidige bestuurders – nemen het roer over in 1980. Ze focussen verder op de grondwerken en trekken volop de kaart van de wegenbouw en openbare werken. In 2002 voelt vader Robert instinctmatig aan dat een eigen betoncentrale voor stortklaar beton het bedrijf nog sterker kan maken.
Vooruitziend ondernemerschap
En zo zijn we intussen bij de huidige generatie aanbeland. Group De Brabandere is nog steeds 100% in familiale handen. De overdracht van de derde naar de vierde generatie is opnieuw een bewijs van de vooruitziendheid van Robert.
“We hebben het grote geluk gehad dat onze vader samen met zijn broer het laatste hoofdstuk van hun ondernemerschap ook volledig uitgeschreven had,” verklapt Pieter. “Er zijn heel veel familiebedrijven waar de eigenaar 80 jaar is. Toen duidelijk werd dat mijn broer en ik aan boord zouden komen, heeft onze vader onmiddellijk aan de boekhouder gevraagd: ‘Wat gaat dat hier kosten als ik doodval?’ Hij heeft die berekening gemaakt en dat is het mooiste cadeau dat hij ons gegeven heeft. Op basis daarvan heeft onze vader dat hoofdstuk geschreven. Mijn oom had duidelijk aangegeven dat hij zou stoppen op zijn 65e. Zo is Group De Brabandere opgericht en werd er een regeling getroffen voor de kinderen van Jacques en voor onze zus.”
Afstand doen van je bedrijf terwijl je zelf nog in de fleur van je leven bent – Robert was toen 57 jaar – is niet evident. “Psychologisch was dat inderdaad zwaar voor hem,” bekent Pieter. “Maar vandaag is hij supergelukkig.”
Dat het lot onverwachts uit de hoek kan komen, hebben de De Brabanderes vanop de eerste rij meegemaakt. “Toen we alles in orde brachten en de successie regelden,” legt Pieter uit, “betekende dat dat zowel mama als papa nog drie jaar moesten leven. Mama is gestorven in het vierde jaar. Dat bevestigt eigenlijk papa’s grootsheid in vooruitziendheid. Ik kijk dan ook met enorm veel waardering en respect naar mijn papa. Want hij stelt een vraag, regelt alles en finaal krijgt hij helaas volledig gelijk door het overlijden van mama.”
De stap naar Frankrijk
Pieter De Brabandere startte in 2008 in het bedrijf. Een jaar later volgde een beslissende stap. “Vanuit Veurne bots je snel op je geografische grenzen: de zee aan de ene kant, Frankrijk aan de andere. Die Franse markt negeren was dus geen optie als we wilden groeien.”
Die keuze bleek visionair. In drie jaar tijd steeg de omzet van 6 naar 37 miljoen euro.
“Mijn vader verklaarde me gek,” glimlacht Pieter. “Maar ik ben koppig geweest.” Al snel werd duidelijk dat succes in Frankrijk enkel mogelijk was met lokale verankering: een Franse structuur, een lokale verkoper, een eigen btw-nummer. In 2013 volgde de doorbraak met de bouw van een betoncentrale in Duinkerke. “De eerste jaren waren moeilijk,” geeft Pieter toe. “Er is veel Belgische ondersteuning naar Frankrijk gegaan. Maar vanaf 2018 kwam er stabiliteit en groei.”
Geluk afdwingen
Ondernemen betekent volgens Pieter keuzes durven maken. “Ik zeg altijd: ondernemen is je geluk afdwingen.” Die ingesteldheid leidde in 2022 tot een nieuwe strategische zet. Om de groei in Noord-Frankrijk te ondersteunen, werd beslist om een extra vestiging te openen. Wat begon als één project, mondde door een samenloop van omstandigheden én een gelukkige timing uit in een overname van zes betoncentrales. “Je start met het plan om één centrale te bouwen en eindigt met zes,” lacht Pieter. “Dat zijn momenten waarop je beseft dat je geschiedenis kan schrijven.”
Complementaire broers
Group De Brabandere werkt met een managementteam maar zonder formele raad van bestuur of adviesraad. Het familiebedrijf laat zich wel begeleiden door extern adviseur Geert Roelens, voormalig CEO van Beaulieu. “Geert is ons klankbord,” zegt Pieter. “Hij kijkt van buitenaf mee en helpt ons scherp te blijven. En hij is het gewoon van met moeilijke karakters en West-Vlamingen om te gaan (lacht).”
De samenwerking tussen de broers Pieter en Paul is daarbij cruciaal. “Onze complementariteit is onze grootste sterkte,” aldus Pieter. “Ik ben de man van de dromen en wilde plannen, Paul houdt ons met beide voeten op de grond.”
Beide broers hebben hun verantwoordelijkheden waarin ze elkaar de nodige vrijheid geven, wetend dat ze altijd bij elkaar terechtkunnen met vragen. Paul leidt de businessunit Wegenbouw, Pieter staat aan het hoofd van Beton België en Frankrijk.
Vooruitkijken
Centraal in de toekomstvisie voor het bedrijf staat het blijven inzetten op service, kwaliteit, lokale verankering en circulariteit. Maar, werpen we op, de toekomst is ook nadenken over wat hun vader deed toen hij midden in de 50 was: de opvolging voorbereiden. Staat er een vijfde generatie klaar? Pieter: “Onze kinderen zijn nu tussen de 9 en de 15. Nog heel jong dus. Maar toen we met de hele familie naar Kenia trokken, moet ik zeggen dat er onder de kinderen meer over gesproken werd dan ik verwacht had. Mijn persoonlijke visie is dat het geen must is. Ik wil dat ze eerst studeren en ergens anders ervaring opdoen. Ik zou het liefst tot mijn 65e blijven en dan rond mijn 70e het schip definitief verlaten. Er bestaat nu eenmaal geen vaccin tegen het betonvirus. Eenmaal je daardoor gebeten bent, kan je niet meer zonder. Het zou natuurlijk wel mooi zijn als er een vijfde generatie ons zou opvolgen. Maar ik wil mijn en Pauls kinderen nu nog niet opzadelen met die druk.”
