België staat voor een belangrijke fiscale ommezwaai. In uitvoering van het regeerakkoord van de Regering-De Wever werd eind 2025 een wetsontwerp gepubliceerd dat een algemene meerwaardebelasting op financiële activa invoert. Hoewel de definitieve wettekst pas later in 2026 wordt verwacht, is intussen duidelijk dat de regeling retroactief zal gelden vanaf 1 januari 2026.
Voor familiale ondernemers en vermogende families betekent dit een fundamentele breuk met het verleden. Waar meerwaarden op aandelen en andere financiële activa tot eind 2025 in principe belastingvrij konden worden gerealiseerd binnen het normaal beheer van het privévermogen, zal dat voortaan niet langer het geval zijn. De nieuwe belasting viseert niet langer enkel uitzonderlijke situaties zoals speculatie of abnormaal beheer, maar raakt ook het klassieke lange termijn verhaal van vermogensopbouw en familiale aandeelhouderschap.
Het wetsontwerp werd gepubliceerd op 17 december 2025 en sindsdien gaf de Belgische Minister van Financiën al verschillende toelichtingen in de Kamercommissie Financiën. Hoewel nog niet alle details zijn uitgeklaard, tekenen de grote lijnen zich duidelijk af.
De nieuwe spelregels voor familiaal vermogen
De belasting zal van toepassing zijn op natuurlijke personen in de personenbelasting en op bepaalde rechtspersonen zoals vzw’s en private stichtingen. Voor familiale structuren is vooral relevant dat enkel volle eigenaars en blote eigenaars expliciet als belastingplichtigen worden beschouwd. Over de fiscale behandeling van meerwaarden bij de verkoop van vruchtgebruik bestaat voorlopig nog onzekerheid, wat aandacht verdient in successie- en vermogensplanning.
Wat de geviseerde activa betreft, gaat het om een brede waaier van financiële beleggingen: aandelen (beursgenoteerd en niet-beursgenoteerd), obligaties, fondsen en ETF’s, maar ook bepaalde levensverzekeringen, crypto-activa, valuta en beleggingsgoud. Klassieke pensioen- en beschermingsproducten blijven buiten schot, zodat het bestaande fiscale regime daarvoor behouden blijft.
Meer belastbaar dan u denkt
De meerwaardebelasting wordt geheven bij een overdracht onder bezwarende titel, buiten een beroepsactiviteit. Schenkingen, erfenissen en inbrengen in een vennootschap blijven vrijgesteld, wat voor familiale overdrachten een belangrijk uitgangspunt blijft. Die vrijstelling is echter niet kosteloos: bij een latere verkoop wordt teruggekeken naar de oorspronkelijke aanschaffingswaarde. Met andere woorden, de belasting wordt uitgesteld, maar niet noodzakelijk vermeden.
Ook bepaalde situaties die niet meteen als een verkoop aanvoelen, worden fiscaal gelijkgesteld met een realisatie van meerwaarde. Dat is onder meer het geval bij de uitkering van levensverzekeringen, bij bepaalde verdelingen uit onverdeeldheid en bij een verhuis van de fiscale woonplaats naar het buitenland. Vooral die laatste situatie – de zogenaamde exit tax – is relevant voor ondernemers en families met internationale mobiliteit. In principe wordt bij emigratie belasting geheven op latente meerwaarden, al voorziet de wet in een uitstel van twee jaar. Keert men binnen die periode terug naar België zonder de activa te verkopen, dan vervalt de heffing volledig. Wie België daarentegen nieuw binnenkomt, geniet van een “step-up”: de waarde bij aankomst geldt als nieuw vertrekpunt voor de meerwaardebelasting.
Twee snelheden in de belasting: algemeen regime en aanmerkelijk belang
Voor de meeste belastingplichtigen geldt een algemeen tarief van 10% op gerealiseerde meerwaarden, met een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro per persoon, die bovendien overdraagbaar is over meerdere jaren. Wie slechts occasioneel een meerwaarde realiseert, kan zo een aanzienlijk bedrag belastingvrij houden. Dit algemene regime zal van toepassing zijn op veel familiale aandeelhouders die geen controlerend belang hebben.
Voor wie wél een aanmerkelijk belang van minstens 20% bezit, voorziet de wetgever in een afzonderlijk regime. Daarbij geldt een vrijstelling van 1.000.000 euro per persoon, maximaal één keer per vijf jaar, gevolgd door progressieve tarieven. Voor familiale aandeelhouders is hierbij vooral van belang dat participaties strikt per persoon worden beoordeeld. Onverdeelde participaties of aandelen die tot het huwvermogen behoren, kunnen ertoe leiden dat de drempel van 20% niet wordt gehaald, zelfs wanneer de familie als geheel wel een controlerend belang heeft.
Daarnaast blijft het regime van de zogenoemde interne meerwaarden bestaan, zij het nu expliciet in de wet verankerd. Wanneer aandelen worden overgedragen aan een vennootschap die gecontroleerd wordt door de overdrager of diens naaste familie, geldt in principe een afzonderlijk tarief van 33%. De minister benadrukte evenwel dat klassieke familiale overdrachten naar de volgende generatie – rechtstreeks of via holdings – niet geviseerd worden. Toch blijft voorzichtigheid geboden, aangezien deze bepaling duidelijk als antimisbruikmaatregel is opgevat.
Het fotomoment van 31 december 2025: een kantelpunt
Een cruciaal element in de nieuwe regeling is de waardering van de activa. Als algemeen uitgangspunt geldt de waarde op 31 december 2025, het zogenaamde “fotomoment”. Voor niet-beursgenoteerde aandelen, typisch voor familiebedrijven, voorziet de wet verschillende waarderingsmethodes, waaronder contractuele formules, wettelijke rekenmethodes of een onafhankelijke waardering door een revisor of gecertificeerd accountant. De bewijslast rust in belangrijke mate bij de belastingplichtige, wat betekent dat goede documentatie en tijdige voorbereiding essentieel zijn.
Tot slot is ook de praktische afhandeling niet zonder belang. In sommige gevallen zal de belasting via roerende voorheffing worden ingehouden, terwijl in andere situaties steeds een aangifte vereist blijft. Wie rekening wil houden met vrijstellingen, historische waarden of verrekening van minderwaarden, zal vaak zelf actie moeten ondernemen, met mogelijk verlies van fiscale anonimiteit.
Tijd voor actie: herbekijk nu uw aandeelhoudersstructuur
Hoewel de wet formeel nog moet worden goedgekeurd, is duidelijk dat België vanaf 2026 zal beschikken over een structurele en veralgemeende meerwaardebelasting op financiële activa. Voor familiale ondernemers raakt deze hervorming aan de kern van aandeelhouderschap, opvolging en vermogensplanning.
Wat vandaag louter technisch lijkt, kan morgen een fundamentele impact hebben op de overdracht van uw familiebedrijf, de waardering van uw participaties en de fiscale kost bij een toekomstige exit.
Wachten tot de wet definitief is, betekent mogelijk kansen missen. Een tijdige analyse van uw aandeelhoudersstructuur, waarderingsmethodiek en overdrachtsplannen laat toe om onderbouwde keuzes te maken vóór het fotomoment van 31 december 2025.
Wilt u weten wat deze hervorming concreet betekent voor uw familiebedrijf? De experten van Moore Law begeleiden u graag bij een grondige impactanalyse en een toekomstgerichte herstructurering.
Peter Meeuwssen – Partner-Advocaat

