Vlaams fiscaal gunstregime voor de overdracht van familiebedrijven: stemrecht wordt belangrijker dan aandelenbezit

Zoals u wellicht weet bestaat er in Vlaanderen een fiscaal gunstregime voor de overdracht van familiebedrijven. Mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, kan de familiale aandeelhouder de aandelen van zijn bedrijf schenken met vrijstelling van schenkbelasting, of laten vererven aan een vlak tarief van 3% of 7% erfbelasting.

Sinds 1 mei 2019 is er een belangrijke voorwaarde van dit gunstregime gewijzigd onder invloed van de recente hervorming van het vennootschapsrecht. Concreet wordt er niet langer gekeken naar het aantal aandelen dat een familiale aandeelhouder bezit om te beoordelen of hij in aanmerking komt voor het gunstregime, maar wel naar het aantal stemrechten dat hij bezit op de algemene vergadering.

 

Hoe het was:  de vereiste van voldoende aandelenbezit

Tot eind april 2019 kon de overdracht van een familiale vennootschap onder het gunstregime maar gebeuren indien de aandeelhouder/schenker en zijn familie minstens 50% van de aandelen van de vennootschap in volle eigendom aanhielden.

Had men geen 50% van de aandelen, dan kon een aandelenbezit van minstens 30% toch volstaan op voorwaarde dat de aandeelhouder samen met één andere aandeelhouder en diens familie 70% van de aandelen aanhield, of samen met twee andere aandeelhouders en hun familie minstens 90% van de aandelen aanhield.

Enkel aandelen met stemrecht kwamen daarbij in aanmerking. Om in aanmerking te komen voor het fiscale gunstregime moest de aandeelhouder/schenker (samen met zijn familie) dus voldoende aandelen in zijn bezit hebben waarmee hij ook effectief kon stemmen op de algemene vergadering.

 

De invloed van het nieuwe vennootschapsrecht: meervoudig stemrecht per aandeel

Sinds 1 mei 2019 is het door het nieuwe vennootschapsrecht mogelijk om binnen de vennootschap meerdere stemmen toe te kennen aan een aandeel of een bepaalde aandelencategorie. Het principe van ‘één aandeel één stemrecht’ geldt nog steeds, maar er kan nu wel uitdrukkelijk van worden afgeweken.

Zo kan een vennootschap met bijvoorbeeld 100 aandelen twee categorieën van aandelen creëren, waarbij de eerste categorie bestaat uit 10 aandelen die elk 10 stemrechten hebben per aandeel, terwijl de tweede categorie bestaat uit de overige 90 aandelen die elk 1 stem hebben per aandeel. Met slechts 10% van de aandelen heeft de eerste categorie dus wel de meerderheid van de stemmen (100 stemmen), en bijgevolg de controle en zeggenschap over de vennootschap. En omgekeerd heeft de tweede categorie met 90% aandelenbezit dus wel een ruime meerderheid van de aandelen, zonder de vennootschap evenwel te controleren.

 

Wijziging van het fiscale gunstregime:  van minimale participatie naar minimaal aantal stemrechten

Aangezien het fiscale gunstregime voor de overdracht van familiebedrijven erop gericht is om de continuïteit in familiebedrijven te waarborgen, staat de controle en de zeggenschap over het familiebedrijf voor de Vlaamse decreetgever voorop. Gelet op de nieuwe mogelijkheid om aandelen met meervoudig stemrecht te creëren, heeft de Vlaamse decreetgever daarom de voorwaarde inzake minimale participatie vervangen door een voorwaarde inzake minimaal aantal stemrechten.

Sinds 1 mei 2019 kan de familiale aandeelhouder zijn (stemgerechtigde) aandelen dan ook overdragen onder het gunstregime indien hij, samen met zijn familie, op het ogenblik van de schenking resp. bij zijn overlijden aandelen in volle eigendom bezit die minstens 50% van de stemrechten in de vennootschap vertegenwoordigen. Komt men niet aan 50% van de stemrechten, dan volstaat 30% van de stemrechten ook op voorwaarde dat de aandeelhouder (met zijn familie) samen met een tweede familiale aandeelhouder (en diens familie) minstens 70% van de stemrechten heeft, of samen met twee andere aandeelhouders (en hun families) minstens 90% van de stemrechten heeft.

Er wordt dus niet langer gekeken worden naar het aandelenbezit (met stemrecht) in de familiale vennootschap, maar enkel naar het aantal stemrechten. Dit kan in de praktijk zeker een impact hebben: zo zal bijvoorbeeld bij een familiebedrijf met twee neven als aandeelhouders, waarbij de ene neef 80% van de aandelen bezit, maar hiermee slechts 25% van de stemrechten heeft, die neef zijn aandelen niet langer kunnen overdragen onder het fiscale gunstregime. Enkel de neef die de 20% aandelen houdt die wel 75% van de stemrechten vertegenwoordigen, komt hiervoor nu nog in aanmerking.

Aangezien de successietarieven al snel oplopen tot 27% (vanaf 250.000 euro, in rechte lijn) wordt dit dus best in het achterhoofd gehouden bij het uitwerken van een opvolgingsregeling om pijnlijke fiscale verrassingen te vermijden.

 

Tillo Dumont

Director KPMG – Estate Planning Practice