Zevende Dag van het Familiebedrijf. Opvolging regelen is toekomst verzekeren

Op 27 april 2010 verzamelden een paar honderd ondernemers in de Handelsbeurs in Gent om er te reflecteren over de opvolging in het familiebedrijf. Het IFB toetste er de resultaten van een onderzoek naar de vereiste kwaliteiten van familiale opvolgers aan de inzichten van succesvolle opvolgers en overdragers die hun ervaringen deelden met het publiek. Bovendien maakten de deelnemers aan de eerste editie van de Opvolgersacademie een positieve balans op van deze opleiding die dit najaar een vervolg krijgt.

Door de pensionering van de babyboomers zal de volgende jaren in ons land jaarlijks in niet minder dan 20.000 familiebedrijven de leiding worden overgedragen. De vraag welke kwaliteiten opvolgers in familiebedrijven moeten hebben, is dan ook bijzonder relevant. Evenwel, het antwoord op die vraag ontbreekt, omdat in de onderzoeken naar opvolging in het familiebedrijf vooral het proces van opvolging en de rol van de overlater veel aandacht hebben gekregen.

Het Instituut voor het Familiebedrijf wilde deze leemte in het onderzoek naar opvolging in het familiebedrijf aanvullen en het gaf daarom het Studiecentrum voor Ondernemerschap, verbonden aan de Hogeschool-Universiteit Brussel, de opdracht een onderzoek te voeren naar de vereiste kwaliteiten van opvolgers in familiebedrijven. Prof. Johan Lambrecht onthulde de verrassende resultaten van dit onderzoek.

 

Negen intelligenties

Een familiale opvolger die het familiebedrijf overneemt, zou idealiter negen types van intelligentie moeten inzetten. Vooreerst noemt het onderzoek strategische intelligentie (unieke bestaansreden van het familiebedrijf omschrijven en toepassen) en systeemintelligentie (evenwicht bewaren tussen bedrijf, familie en individuele familieleden). Het omschrijft ook politieke intelligentie (relaties uitbouwen met alle stakeholders), familiale relationele intelligentie (communicatie met familieleden), intelligentie van de waarden van het familiebedrijf en intelligentie van de impliciete kennis (kennis van de interne keuken van het familiebedrijf). Tot slot benoemt het onderzoek technische intelligentie (vakkennis), managementintelligentie of –vaardigheden en ondernemerschapsintelligentie (o.m. zelfkennis).

Als je nu aan familiale opvolgers en overdragers vraagt welke eigenschappen zij belangrijk vinden, dan noemen zij slechts enkele van de ideale kwaliteiten.

Onder meer voortdurend willen bijleren, kunnen en willen leren uit fouten en inspelen op de noden van klanten worden als de belangrijkste kwaliteiten aangehaald. Opvolgers en overdragers geven daarentegen de laagste score aan de formulering van de unieke bestaansreden van het familiebedrijf en de verwezenlijking ervan. En aan zaken die verband houden met de familie, zoals geregelde communicatie met de familie, het streven naar evenwicht tussen de belangen van de familie, het bedrijf en de individuele familieleden, en de toepassing van de familiewaarden.

 

Doen en (niet) denken

Opvolgers en overdragers vinden dus ondernemerschapsintelligentie het belangrijkste en hechten het minst belang aan familiale relationele intelligentie, strategische intelligentie en systeemintelligentie. “Doen dus en veel minder denken”, aldus Lambrecht. “En dat is op zijn minst spijtig,” vulde hij aan, “want ons onderzoek toont ook aan dat opvolgers die het familiebedrijf als een systeem benaderen en er dus in slagen om een evenwicht te bereiken tussen bedrijf, familie en individuele familieleden, een hogere rendabiliteit verwezenlijken. Opvolgers die systeemintelligentie inzetten, realiseren 11% meer rendement op het eigen vermogen.”

Deze onderzoeksresultaten verrasten ook de familiale ondernemers die getuigden over hoe zij de opvolging succesvol hebben geregeld. Opvolgers Tom De Ceuster (DCM Meststoffen), Carlo Mylle (Mydibel) en Rebecca Ramboer (Protect) lichtten toe dat zij wel een strategie hebben uitgewerkt. En hoe zij die bewaken met onafhankelijke bestuurders, reflectiecommissies en/of adviesraden. Overdrager Jean-Paul Van Assche (Caverloc) toonde aan dat overlaten niet makkelijk is, maar verzekerde over een aantal jaren geen moeite te zullen hebben om dat te doen. “Want,” zo verklaarde hij, “tegen die tijd zal een lang proces zijn afgerond dat we vroeg hebben ingezet”.

 

Begin tijdig

Vroeg beginnen aan de regeling van de opvolging is de tip die alle getuigen het publiek meegaven. Zo wezen De Ceuster, Mylle en Ramboer erop dat zij nu al in een familiecharter hebben omschreven aan welke criteria hun kinderen moeten voldoen om al dan niet in aanmerking te komen voor opvolging. Ook rekruteringsexpert Rob Bloemen adviseerde om tijdig de opvolging te beginnen regelen en wees er in dat verband op dat een opvolgingsproces minimaal vijf jaar vergt.

Bij de beoordeling van het onderzoek merkte Bloemen op dat vele familiale ondernemers waarschijnlijk wel een strategie hebben. “Maar die hebben ze alleen in het hoofd en zelden of niet geëxpliciteerd,“ zo nuanceerde hij het onderzoek. Bovendien wees hij nog op een belangrijke competentie voor opvolgers: zelfmanagement of het vermogen om stress te beheersen, prioriteiten te kunnen opmaken, beslissingen te nemen, enz.

 

Opvolgersacademie (plus)

Op de Dag van het Familiebedrijf maakte het IFB ook de balans op van de eerste editie van de Opvolgersacademie. Op deze opleiding kregen opvolgers van familiebedrijven vooral de kans om ervaringen met elkaar uitwisselen. En die ervaringsuitwisseling werd duidelijk gesmaakt, zo bleek uit de getuigenissen van de deelnemers Ellen De Dobbeleer (Sicame Office), Bob Van Poppel (Bouwbedrijf Van Poppel) en Rob Roelandt (Valentino Chocolatier). Zij roemden ook het feit dat hun deelname aan de Opvolgersacademie hen had geholpen om de opvolging binnen hun familie nog beter bespreekbaar te maken. De coaches Sofie Lerut (Eubelius Advocaten), Xavier Van Vaerenbergh (ING) en Luc Eberthardt (Deloitte) herinnerden de grote betrokkenheid van de deelnemers.

Gesterkt door de positieve reacties van de deelnemers kondigde Jozef Lievens, Gedelegeerd Bestuurder van het IFB, aan in het najaar een nieuwe editie van de Opvolgersacademie op te starten. En daarbij ook de opvolgers te betrekken in de zogenaamde ‘Opvolgersacademie +’. Ook voor deze nieuwe editie zal het IFB kunnen rekenen op de steun van ING, zo verzekerden Luc Truyens, Directeur Ondernemingen en Caroline De Moor, Family Business Coordinator bij de bank. “Familiebedrijven maken maar liefst 70% uit van onze klantenportefeuille”, onderstreepten zij, “en dat wijst erop dat er heel veel familiale ondernemingen zijn, ondernemingen voor wie de initiatieven van het IFB waardevol zijn”.